Drie maal drie is negen, ieder zingt zijn eigen lied.

February 25, 2008

Van maandag tot donderdag geef ik les aan kinderen die geen publieke school kunnen betalen. Lesgeven is eigenlijk een groot woord. Ik hou het liever op entertainen aangezien ik amper Wolof spreek en de kindjes amper Frans. Bovendien heb ik geen pedagogisch diploma en wil ik het beroep van leerkracht geen oneer aandoen. Ik teer op mijn chiro-ervaring en die volstaat ruimschoots.
Ik weet me dus te behelpen én de kindjes laten duidelijk blijken dat ze het leuk vinden. Daar ben ik al heel gelukkig mee. Het is moeilijk om enkel via woorden over te brengen in welke omstandigheden deze kinderen hier les volgen, maar ik doe toch een poging.

Klasjes zijn eigenlijk meer kotjes, wat hout tegen elkaar getimmerd, vermengd met wat stenen en daar met golfplaten een dak op. Het bord is een stuk muur dat zwart geschilderd is. Krijt is dus enkel zichtbaar als je tien keer over één en dezelfde letter gaat. Bordvegers zijn er niet. Sponsjes wel, maar die hangen meestal helemaal uit elkaar.
De bankjes staan scheef, maar doordat het beton van de vloer ook niet altijd even waterpas gegoten is, valt het onevenwicht nog wel mee. Kindjes zitten niet op leeftijd want er is zowel een gebrek aan ruimte als aan leerkrachten. En er is lawaai, heel veel lawaai want er is altijd wel iemand in de sloppenwijk ergens aan het boren, timmeren, wassen (wassen gebeurt hier met de hand en dat klinkt zo: sjip sjip, sjip sjip) of kokerellen.
Over didactisch materiaal beschikt de school amper en hetgeen aanwezig is, wordt meestal niet gebruikt omdat men niet echt weet hoe. Grote meetlatten worden wel gebruikt, maar helaas voor verkeerde doeleinden. De leerkrachten slaan er de stoute kinderen mee (die worden dan imbéciel genoemd) of de kinderen die fouten maken, waardoor de latten regelmatig in twee breken. Discipline is immers iets wat ze hier hoog in het vaandel dragen. Dus houden de leerkrachten de kinderen hier met stok en wortel op het rechte pad. Al heb ik momenteel voornamelijk stokken gezien en blijven de wortels vrijwel dagelijks achterwege. Af en toe weerklinkt wel eens een ‘très bien’  maar dat is dan ook alles.
Nu ja, wortels zijn groenten en groenten zijn duur in Senegal, misschien ligt het daaraan. Ik weet dat kinderen vroeger bij ons ook geslagen werden. Toch blijft het moeilijk om aan te zien en is dat misschien nog wel het meest schrijnende aan dit alles. Inderdaad, de omstandigheden waarin deze kinderen les volgen zijn allesbehalve optimaal. Maar het schoolsysteem en de manier van onderwijzen is er volgens mij erger aan toe.

Zo zijn daar bijvoorbeeld de tafels! Neen, niet de tafels om aan te eten (Senegalezen eten trouwens uit een grote schotel op de grond) maar de maal- en de deeltafels. De belangrijkste leerstof uit het tweede leerjaar, weet je wel. Je moet ze uit het hoofd kennen, ermee kunnen spelen en ze van voor naar achter en van achter naar voor kunnen opzeggen.
Ik heb ze aangeleerd gekregen via het beroemde doosje. Allemaal gekleurde papiertjes met op de voorzijde de vraag (vb. 1x3) en op de achterzijde het antwoord (= 3) en iedere avond oefenen maar!Dat oefenen heeft bij mij en ik veronderstel bij de meesten onder jullie z’n vruchten afgeworpen. Ik ken mijn maal- en mijn deeltafels perfect en vergeet het zinnetje: ‘Al wie deelt door nul is een dikke snul!’ nooit meer.
De kinderen hier gaan er echter totaal anders mee om. Ze begrijpen de logica erachter niet. Ze zien niet in dat 2x3 gelijk is aan twee keer drie bolletjes nemen. Daardoor begrijpen ze niet wat ze uit het hoofd leren. Als je vraagt hoeveel is 5x4 dan hoor je hen luidop denken: 1x4=4, 2x4=8, 3x4=12, 4x4=16, 5x4= 20. Ah 5x4 = 20 zeggen ze dan.
Het beroemde doosje heeft dus nu ook zijn intrede gedaan in Senegal, al lijkt het soms echt wel dweilen met de kraan open. Maar het werkt.
Een ander voorbeeld om te illustreren dat kinderen hier echt niet begrijpen wat ze leren is de manier waarop de letters van het alfabet aangebracht worden. De leerkracht noteert de eerste schooldag op het bord alle klinkers: u i o a e é è ê y en de kindjes moeten dit dan iedere dag na elkaar opzeggen. Als ik om hen eens te testen te letters door elkaar mix, zijn ze allemaal de kluts kwijt en gokken ze erop los. Idem voor de cijfers van 1 tot 10. Naast het tafeldoosje heeft nu ook de bolletjesmethode zijn intrede gedaan. Het cijfer 1 betekent 1 bolletje, het cijfer 2 betekent 2 bolletjes enz.
Dank aan lagere school ‘Ter Elst’ voor de tips, enkele kindjes zijn er effectief mee geholpen!

Nog enkele bedenkingen met betrekking tot het reilen en zeilen in de klasjes:
- Bij gebrek aan papier noteren kindjes uit het eerste leerjaar alles mooi op een ‘ardoise’ (een schrijfbordje) met een krijtje. Een goede oplossing maar volgens mij niet bevordelijk voor hun schrijfvaardigheden. Al moet ik eerlijk toegeven dat kunnen schrijven in hun geval wel het belangrijkste is. Of ze een acht dan schrijven als twee bolletjes boven elkaar of op de correctie wijze, maakt dan niet zo veel uit, zolang het maar leesbaar is, toch?
- Ook het klasgebeuren is doordrongen van het gemeenschapsleven. Alles wordt met elkaar gedeeld (krijtjes, schrijfbordjes, zakjes water, stukken brood én correcte antwoorden). Ongelooflijk hoe vaak correcte antwoorden worden voorgezegd en hoeveel er gespiekt wordt bij de buren. Allemaal heel bevordelijk voor het samenhorigheidsgevoel, maar de kindjes leren er maar weinig mee natuurlijk. Al kunnen wij in België dan wel weer iets leren van hun bereidheid tot samenwerken en het delen van materiaal of voedsel.
- De oudere leerlingen gebruiken wel een schriftje en de eerste bladzijde is telkens voorbehouden voor het nationale volkslied. Dat kent iedere Senegalees dus wel. Misschien kunnen we dat in België overnemen, in deze tijden van groeiend onbegrip tussen Vlamingen en Walen?
- Ik weet dat wij in België nu ook het vak ‘Muzische vorming’ hebben en naar het schijnt worden in deze lessen regelmatig djembé’s gebruikt. Toch denk ik dat de Senegalese kindjes wat betreft gevoel voor ritme en zangtalent de Belgische kindjes mijlenver achter zich laten. Muziek en zang wordt hier dus heel nuttig als hulpmiddel gebruikt om kinderen waarden, normen en regels met betrekking tot veiligheid, hygiëne, gezondheid bij te brengen.

Genoeg voor deze week. Morgen is het hier feestdag (Magal) dus heb ik weer maar eens een dagje verlof. Het grootste deel van de Senegalese moslims trekt dan naar Touba (hun heilige stad) op bedevaart. Op de valreep kan ik jullie wel nog meedelen dat er opnieuw wat foto’s op Flickr staan. Ik geef toe, het was lang geleden, maar jullie geduld wordt dus beloond!

Hou jullie goed en à la prochaine!

Caroline
 

Senegal is meer dan zwarte kindjes met dikke buiken en vliegen rond hun hoofd.

February 19, 2008

Maar ze zijn er natuurlijk wel, de kindjes met dikke buikjes en sterk vertraagde groei als gevolg van ondervoeding. Ik kom er dagelijks mee in contact in de sloppenwijken. Gisteren mocht ik mee naar een tentoonstelling over het PRN-project. Naar aanleiding daarvan heb ik het deze keer over voeding. Enda Ecopole (de organisatie waarin ik actief ben) houdt zich heel sterk bezig met het belang van voldoende en gezonde voeding voor jonge moeders en kinderen van 0 tot 3 jaar. PRN staat voor Programme de Renforcement de la Nutrition. Het PRN-project wijst mensen uit armere wijken ondermeer op het belang van de allereerste moedermelk (le colostrum genaamd). Sommige mensen geloven hier dat deze melk slecht is. Verder leidt het mensen op om maandelijks het gewicht van pasgeboren kinderen op te meten en systematisch bij te houden. Wat betreft gezonde voeding houdt PRN zich bezig met het organiseren van kooksessies in bepaalde sloppenwijken en gespreksnamiddagen rond het belang van vitamienen in groenten.

Intussen ben ik hier iets langer dan vier maanden en heb ik aan den lijve ondervonden dat Senegalezen er noodgedwongen heel andere eetgewoonten op nahouden dan de gemiddelde Belg. Ik heb mezelf vorige week gewogen en ben minstens 4 kilo kwijt. En geloof mij, dit komt niet alleen door wat minder te snoepen! De voedselprijzen zijn de laatste tijd in Senegal erg gestegen en dus kan de bevolking niet anders dan besparen, wat zich uit in voor ons ongewone eetgewoonten.

Enkele voorbeelden van de eetgewoonten hier in Dakar:

- De kinderen op school ontbijten tijdens de ’speeltijd’ en dan eten ze koekjes, stokbrood gevuld met vlees of een waterijsje. Vaak omdat er niets anders aangeboden wordt in de winkeltjes in de wijk en omdat groenten en voornamelijk fruit heel duur zijn.

- ’s Middags eet ik op het project en dat is elke middag heel veel rijst met wat stukjes wortel, een stuk aubergine, stukjes witte kool. Kortom heel weinig groenten en vooral ook heel eenzijdige voeding.

- ’s Avonds eet ik in het gastgezin. Doordat dit gezin tot de middenklasse behoort, krijg ik gelukkig vrijwel dagelijks groenten. Maar aangezien iedereen altijd uitgenodigd wordt om mee te eten en de hoeveelheid onveranderd blijft, is er zo goed als altijd te weinig eten.

Goed dus dat er projecten zijn als PRN waar ook de Senegalese overheid zich in engageert of organisaties zoals 11.11.11. en Vredeseilanden die zich verzetten tegen de import van Europees voedsel en de landbouw hier op allerlei manieren aanmoedigen. De ajuinen die Nederland naar hier exporteert zien er tien keer mooier uit dan de Senegalese ajuinen en ze zijn nog goedkoop ook. Hetzelfde geldt voor de rijst uit Thailand. En dat wij met z’n allen de zee hier komen leegvissen, komt de lokale economie ook niet ten goede. U begrijpt het wel, Senegal heeft nog zo ontzettend veel nodig! Twijfels hebben bij het bestaan van deze ontwikkelingsorganisaties is dus overbodig, dat ben ik door mijn verblijf hier echt wel gaan inzien. En ja, er zal af en toe wel geld op onbedoelde plaatsen terechtkomen of op mysterieuse wijze verdwijnen, maar iets doen is toch nog altijd beter dan niets doen!

Iets heel anders nu. Het is eventjes geleden dat ik een tekstje schreef, maar ik heb de voorbije weken echt niet stilgezeten, integendeel. Ik heb immers weer bezoek gehad. Samen met Tom, Liesbeth, Michaël en Nele heb ik een heel authentiek stukje Senegal leren kennen, genaamd Pays Basari. Dit deel ligt helemaal in het zuid-oosten van het land en grenst aan Guinee. De mensen hier leven nog ver verwijderd van de drukte van Dakar en blijven voorlopig nog heel sterk gevrijwaard van westerse invloeden. Zowel de heen- als de terugreis nam 1 volledige dag in beslag. Enerzijds door de vrij lange afstand en anderzijds door de zeer slechte toestand van de weg (meer putten dan wat anders waardoor de 4x4 meer naast dan op de baan reed). Maar het was echt de moeite! We hebben geslapen in echte hutjes zonder stromend water en elektriciteit. Je kon er ’s avonds naar toilet gaan in open lucht en genieten van een mooie sterrenhemel. En ’s ochtends word je er wakker van het geluid van ezels of vogeltjes en kan je een prachtige zonsopgang aanschouwen. Het heeft een beetje weg van een chirokamp…leven in de volle natuur.

Omdat ik de chaos en drukte van Dakar soms echt even wil ontvluchten, ben ik na Pays Basari samen met Nele nog enkele dagen in Sowane (dat dorpje ergens ten velde) gebleven, alvorens opnieuw af te reizen naar Dakar.

Nu resten er mij nog een zevental weken, Insjallah, dan zit het grote avontuur er op en roept de arbeidsmarkt. Nog even genieten dus maar toch ook al een klein beetje aftellen.

Hou jullie goed en tot de volgende!

Caroline