We hit a donkey

January 9, 2008

Mijn ouders… zoals de meesten onder jullie wel weten zouden ze het scenario voor een soap kunnen vormen, ze zouden misschien zelfs als hoofdpersonages in een boek kunnen fungeren… Iedere lezer zal er wel zijn mening over hebben. Misschien begeef ik me nu op glad ijs, maar toch wil ik een deel van mijn verslagje deze week aan hen wijden. Want het zijn mijn ouders en ik heb ontzettend hard genoten van hun aanwezigheid hier! De traantjes stroomden bij het afscheid drie maanden geleden in Zaventem en ook nu heb ik ze de vrije loop gelaten bij het weerzien en het opnieuw afscheid nemen in Dakar. 

Ik heb geprobeerd hen gedurende een dikke week een stukje Senegal te laten zien. Ze hebben de uitlaatgassen van de hoofdstad Dakar kunnen opsnuiven, kunnen genieten van het prachtige uitzicht op de Corniche, we hebben Goree bezocht (van hieruit werden de zwarte slaven naar de rest van de wereld verscheept), ze hebben gezien in welke omstandigheden ik dagelijks woon in het gastgezin, ik heb hen door de sloppenwijk geloodst, hen laten onderhandelen over de prijs van souveniers als houten beeldjes en stoffen, ze hebben gesproken met de verantwoordelijke van het project hier, ze hebben het lokale openbare vervoer gebruikt (van busjes over taxi’s tot charetten en sept-places), ze hebben echt Senegalees gegeten (met z’n allen aan één grote schotel), ze hebben kunnen aanvoelen hoe irritant verkopers kunnen zijn, ze zijn aangesproken geweest met zinnetjes als: ‘Hey mon ami, je fais bon prix eh. Tu sais combien je fais?’ ‘Viens voir ma boutique!’…

Na enkele dagen Dakar zijn we vertrokken met de sept-place naar Fatick en nadien met de taxi naar Sowane, een dorpje ergens te velde. Hier hebben mijn ouders kunnen kennismaken met het echte typische Senegalese dorpsleven. Mensen halen hier nog water uit putten met emmers en tonnen, bewerken het land met materiaal dat bij ons reeds 50 jaar niet meer in gebruik is en het fenomeen stress is hen onbekend… Kortom een uitgesproken contrast met het hectische leven in Dakar. Na Sowane zijn we richting Mbour en Saly getrokken. Ook hier viel hen weer het grote verschil op tussen het eenvoudige Senegalese leven en het rijke toeristische gedeelte. De kloof tussen arm en rijk is hier echt enorm groot. Oudejaarsavond hebben we opnieuw in Dakar doorgebracht. Senegalezen vieren dit op z’n Afrikaans: al vanaf 23u weerklonk zelf ontstoken vuurwerk (ingevoerd door de Chinezen) op de Place de l’indépendence (het grootste plein van Dakar) en dat ging lustig door tot een uur of 2. Wel vuurwerk dus, maar verre van gestructureerd, ook geen aftellen van 10 tot 1, zelfs geen kussen of beste wensen… Heel gek! Ik moet er wel bij vertellen dat het officiële vuurwerk geannuleerd was wegens het overlijden van één of andere belangrijke Khalief. De laatste dag hebben we genoten van een dagje rust op het eiland Ngor en nadien zijn ze met wat vertraging maar met een onvergetelijke ervaring (en heel wat souveniers) huiswaarts vertrokken.

Voor mij was het een welgekomen weekje vakantie. Ook al moet ik hen nu weer drie maand missen, ik ben echt blij dat ze het hier nu allemaal eens gezien hebben! Bovendien doet het mij ontzettend veel plezier dat ze allebei zichtbaar genoten hebben. Ik kon mij geen beter Kerst- en Nieuwjaarskado wensen!

Maar de titel van dit bericht slaat natuurlijk niet op al het voorgaande. We hit a donkey… (Vertaling voor de oudere garde: we reden een ezel aan). Zoals ik een tijdje terug liet weten, moesten we om in orde te blijven met ons visum even de grens met Gambia over. Als toerist mag je immers slechts drie maand in Senegal blijven. Via officiële (lees zeer bureaucratische, willekeurige, corrupte, op het Afrikaanse ritme) weg, is het vrijwel onmogelijk een verblijfsverlening te regelen. De afstand Dakar-Banjul is ongeveer 300 km. Over hobbelige wegen met zeker in de omgeving van Dakar veel verkeersdrukte is dit dus een niet te onderschatten rit. Volgens onze gastmoeder moesten we vertrekken rond 0u30 ’s nachts. Zij is Senegalese dus hebben we haar maar op haar woord geloofd. Vrijdagnacht 0u30 en weg waren wij…

Een sept-place nemen aan de gare routière ging vlotjes, over de prijs werd vrij snel onderhandeld en we moesten maar een half uurtje wachten vooraleer we met 7 waren om te kunnen vertrekken. Het eerste deel van de rit ging vlot. Ik heb zelfs een beetje kunnen slapen. Nadien reed de chauffeur meer naast dan op de weg (hobbelige en vrijwel onberijdbare wegen) en iets later hoorde ik achtereenvolgens piepende remmen, bonk en IAIAIA… We hadden blijkbaar een ezel aangereden. Of het arme dier de klap overleefd heeft, weet ik niet. Maar ik was in ieder geval serieus geschrokken. Al bij al zijn we toch heelhuids aan de grens met Gambia geraakt. Daar had de douane natuurlijk het vermoeden dat we enkel naar Gambia gingen om ons verblijf in Senegal te kunnen verlengen. Ik heb me dan oerdom gedragen en gedaan alsof ik echt uit de lucht viel en dat werkte! We kregen onze stempel! Nadien moesten we nog met een mini-busje van aan de grens tot aan de boot om zo Banjul (de hoofdstad van Gambia) te bereiken. De chauffeur reed veel te snel en ook deze weg was, weliswaar door wegenwerken, hobbelig en amper berijdbaar. Het overzetten met de boot verliep redelijk vlot. Aangekomen in Banjul moesten we onze CFA’s (Senegalees geld) wisselen voor Dalasi’s. Ook dit was een hectische zoektocht omdat de wisselkoers blijkbaar zeer slecht was, waardoor we ergens in het geheim geld moesten wisselen. Alles bij elkaar was het een heel vermoeiende en hectische dag. Uiteindelijk zijn we rond 12u30 aangekomen in ons hotelletje (tussen Kotu en Kololi) en zowel Tom en ik zijn als een blok in slaap gevallen. We waren echt wel wat van de kaart en hebben dus helemaal niet zo veel van Gambia bezocht.

Enkele dingen wil ik toch nog kwijt in verband met mijn blitsbezoek aan Gambia. Mensen spreken daar Engels, maar na drie maand Senegal vond ik het heel moeilijk om ineens over te schakelen. Ik sprak iedereen aan met ‘Bonjour, ça va?’ in plaats van ‘Hello, how are you?’ en ’Thank you’ verving ik steevast door ‘Merçi beaucoup’. De natuur en vooral de kustlijn van Gambia vind ik wel veel mooier dan het deel dat ik momenteel van Senegal heb gezien. Ik zag zelfs wilde aapjes in de tuin van het hotelletje! Toch had ik heel de tijd het gevoel in een bekende (Gambia verschilt in se niet zo erg veel van Senegal) en tegelijkertijd onbekende (andere taal, andere munteenheid, veel toeristischer) omgeving te vertoeven. De terugreis richting Dakar verliep vlekkeloos en ik was heel blij zodra ik over de grens op vertrouwd terrein was, want na drie maand voelt Senegal toch wel een beetje aan als een thuisland.

Het heeft even geduurd, maar ik heb jullie nu weer wat leesvoer bezorgd. Geniet ervan en het beste voor 2008!

Caroline

Comments »

The URI to TrackBack this entry is: http://caro.blogsome.com/2008/01/09/we-hit-a-donkey/trackback/

No comments yet.

RSS feed for comments on this post.

Leave a comment

Line and paragraph breaks automatic, e-mail address never displayed, HTML allowed: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <code> <em> <i> <strike> <strong>



Anti-spam measure: please retype the above text into the box provided.