Djeurredjeuff Senegal

March 27, 2008

‘Risces’ (risico’s) moet je durven nemen in het leven heb ik ooit geleerd. Toen ik de keuze heb gemaakt om 6 maanden naar Senegal te vertrekken om er vrijwilligerswerk te gaan verrichten, hield dat heel wat risico’s in. Intussen zijn we anderhalf jaar verder. Anderhalf jaar van voorbereiden, vorming volgen, gesprekken voeren, inpakken, wegwezen, hier verblijven en… uiteindelijk ook terugkeren. Want het is zo ver. Mijn tijd hier in Senegal zit er zo goed als op.

Het zal u niet verbazen als ik zeg dat de voorbije 6 maanden niet altijd eenvoudig zijn geweest. Ooit kreeg ik van iemand een kaartje met daarop de tekst: ‘De weg naar boven is hard en zwaar. Maar het zicht daarboven moet super zijn!’ Het had toen weliswaar betrekking op mijn studies en de bijhorende examens. Maar ik heb de voorbije 6 maanden regelmatig aan deze woorden terug gedacht. Ze beschrijven voor mij de afgelopen periode immers perfect. Frustraties en gevoelens van heimwee staken af en toe de kop op. Meermaals heb ik me, vaak al lachend, afgevraagd ‘wat doe ik hier toch?’. Ik heb ook geweend zowel van verdriet als van geluk en één keer zelfs van allebei tesamen! Mijn verblijf hier verliep dus met ups en downs, toch namen de ups telkens weer de bovenhand. Kortom, het was het waard om risico’s te nemen. Om te verwijzen naar de tekst op het kaartje: Het zicht hierboven is echt wel super!

Ook op dit moment duiken nog heel veel verschillende gevoelens op. Ik zal nog een laatste keer bijbruinen op het strand van Ngor. Ik zal nog een laatste keer genieten van de drukke Avenue de Pompidou met haar aanklampende ‘vendeurs’. Ik zal nog een laatste keer ‘ça va? ça va bien!’ zeggen. Ik zal nog een laatste keer in mijn kamertje met matras op de grond slapen. Nog één keertje samen met Mama Fall liedjes zingen. Ik zal veel dingen bewust nog een laatste keer doen. Verder moet ik hier nog afscheid nemen van een aantal leuke en lieve mensen. Stilaan word ik ook zenuwachtig om weer thuis te komen. Daarnaast voel ik me ergens een beetje onzeker over en benieuwd naar wat de nabije toekomst brengen zal. Inderdaad een mengelmoes van gevoelens. Het is vandaag niet anders dan de voorbije maanden.

Maar het gevoel dat alles overheerst is toch wel dankbaarheid. Want hoe je het ook draait of keert, hoe veel ik hier ook van mezelf heb gegeven, hoe nobel de term vrijwilligerswerk ook mag klinken… Ik ben het die uit dit alles als persoon veel rijker is geworden. Ik ben het die hier heel veel kansen heeft gekregen. Ik ben het die hier ontzettend veel heeft geleerd. Ik kan dus niet anders dan dankbaar zijn en ik wil dat toch ook even tonen. Ik bedank:

- Moeke, vake en Keetie om het risico te nemen me los te laten

- mijn beste vriend Tom, met wie ik de voorbije 6 maanden zowat alles heb gedeeld behalve het bed

- Nele omdat ze me door en door kent, perfect weet wat het is om hier 6 maanden te leven én er daardoor telkens in geslaagd is mijn zwaailicht uit te schakelen

- meter voor de ontroerende woorden van fierheid en de grote blijk van vertrouwen en oma voor de wekelijkse telefoontjes die telkens weer deugd deden

- ‘mon petit frère’ Anton gewoon omdat hij een beetje de broer is die ik nooit gehad heb

- de vele mensen die de moeite hebben gedaan om me hun schrijfsels over te brengen, de bloglezers van het eerste én het laatste uur, de trajectbegeleiders en vele anderen…

Waarschijnlijk heb ik enkele mensen over het hoofd gezien, dat kan gebeuren als je je aan lijstjes waagt. Risico’s nemen, weet je wel. Toch ben ik ervan overtuigd dat zij die het moeten weten, weten dat ik hen dankbaar ben. In de bovenstaande opsomming bedank ik mensen, toch bedank ik bovenal het geheel Senegal!

Anderhalf jaar lang ben ik ermee bezig geweest (en eindigen zal het waarschijnlijk nooit), bij momenten heel oppervlakking, bij momenten heel intensief. Maar steeds met een welbepaald doel voor ogen! Ik heb hier genoten, ik heb hier geleefd, ik ben hier ziek geweest en weer gezond geworden. Ik heb hier gelachen en gehuild. Ik heb me hier goed gevoeld en heb altijd geprobeerd het beste van mezelf te geven. Ik ben hier als persoon heel wat rijker geworden en dat heb ik voor een groot deel te danken aan de gastvrijheid van Senegal. Senegal met zijn kleuters van Colobane, zijn dikke lachende vrouwen, zijn mannen met de sexy kontjes, zijn warmte van de bevolking, zijn typische humor, zijn schattige kindjes die telkens weer ‘Bonjour toubab’ roepen, zijn grote kloof tussen arm en rijk, zijn straten vol stof en zand, zijn vuile stinkende hoekjes, zijn prachtige zonsondergangen, zijn kleurrijke taferelen en nog zo veel meer. Ik wil gepast afscheid nemen van dit land en het daarom ook eervol bedanken. Vandaar de titel van dit stukje ‘Djeurredjeuff Senegal’ want dat is Wolof voor ‘Bedankt Senegal’.

Nog een laatste keer de groeten daar vanuit Dakar en tot heel gauw,

Caroline

Foto’s

March 26, 2008

Omdat ik het mij niet kon laten en om moeke plezier te doen heb ik nog snel een aantal foto’s van mezelf online gezet.

Het zullen vermoedelijk de laatste van hieruit zijn!

Groetjes en geniet ervan,

Caro

Foto’s

March 24, 2008

Ik vermoed dat ik deze week geen tijd ga hebben om een tekstje te schrijven en heb ter compensatie dan maar wat foto’s op Flickr geplaatst. Het zijn er niet zo veel en ze zijn allemaal genomen door Tom.

Ik plan om voor ik huiswaarts vertrek nog één keer te ‘bloggen’. Maar ook nadien laat ik jullie via deze weg zeker nog een aantal nieuwtjes weten. Regelmatig deze blog blijven checken is dus de boodschap! Ik beschrijf uiteraard ook nog, zoals beloofd, de projecten die financiële steun gekregen hebben wat uitvoeriger.

Soms sneeuwt het in de lente… blijkbaar is dat in België het geval. Toch hoop ik dat de temperaturen binnen dit en twee weken stijgen naar minimum rond de 20 graden, kwestie van het verschil met Senegal niet al te groot te maken.

Vingers kruisen dus en tot de volgende… voor de laatste…

Caroline

Chez Ndey Dioumel Kebé

March 20, 2008

Binnen iets minder dan drie weken, ben ik ‘alstgodbelieft’ weer thuis! Weer mijn eigen bedje, mijn eigen kamer, een warme douche, lekker gezond eten én familie en vrienden weer dicht in de buurt. Tijd dus om nog snel de gezinssituatie van het gastgezin wat toe te lichten!

Ndey Dioumel Kebé is de drijvende kracht achter het gastgezin waarin ik hier verblijf. Alle vrijwilligers die ze ontvangt noemen haar steevast ‘maman’ omdat dat nu eenmaal het eenvoudigste is. Tom en ik hebben intussen reeds heel wat bijnamen voor haar bedacht zoals:

- ‘de prinses’ omdat haar kamerdeur voorzien is van witte ‘voillekes’.

- ‘Allei Ndey das ook nie praktisch ei’ omdat dat heel gek klinkt

- ‘Madam de kotmadam’ omdat ze zo’n beetje onze kotmadam is

- ‘Kop noch staart’ omdat we aan haar echt kop noch staart kunnen krijgen

- ‘Madam stoned’ omdat ze ’s ochtends nooit goed wakker is en dan heel verward door de gang kan lopen

Insiders weten dat het leven in het gastgezin hier zowel voor mij als voor Tom niet steeds van een leien dakje liep. Soms was er eten, soms niet. Eerst werd de was gratis gedaan, dan weer niet en uiteindelijk toch wel. Soms werd onze kamer dagelijks gepoetst, soms weken niet. Al deze voorbeelden zijn typisch de Senegalese wisselvallige cultuur. Voor mij niet altijd even eenvoudig om mee om te gaan.

De laatste twee maanden zijn echter heel anders verlopen dan de eerste drie. Maman is veel vriendelijker, is regelmatiger thuis, betaalt al eens onze busrit of de taxi, vergezelt ons soms naar het werk ’s ochtends, bak haar fritten twee keer omdat ze weet dat we dat lekker vinden… Allemaal factoren die maken dat ik het gastgezin en mijn Senegalese ‘thuis’ echt nog wel ga missen binnen drie weken. Alles op de keper beschouwd, heb ik intussen immers mijn draai wel gevonden in dat gastgezin.

Naast maman zijn er ook nog Babacar, Oumar en Mama Fall. Babacar is 24 jaar en studeert biologie aan de universiteit van Dakar. Het is een echte levensgenieter die zelden naar de les gaat, heel verstandig is, massaal veel vrienden heeft en altijd wel ergens in de wijk rondhangt. Oumar is 22 jaar, studeert eveneens biologie aan de universiteit en is de meest plichtsbewuste van het gezin. Hij volgt alle lessen, gaat op tijd slapen en kan iedere dag uit zijn bed. Hij bidt voor het hele gezin tesamen en maakt overheerlijke rijstpap! Mama Fall is een kleine magere spriet van 5 jaar, zingt Nederlandstalige liedjes en leert ons Franstalige aan. Ze heeft enkele standaardzinnetjes als: ‘Caro, viens manger’ of ‘Caro, tu me fais peur’ of ‘Caro, tu veux me donner ma brosse svp?’ en beschikt over een ontzettend hoge aaibaarheidsfactor en dat is naast haar taalvaardigheid haar grootste troef!

Beetje bij beetje heb ik alle leden van dit gezin leren kennen en ben ik hen gaan appreciëren. Ze zijn voor mij op dit moment meer dan gewone huisgenoten. Ze maken dat ik me goed kan voelen in dat ietwat kleine appartement in die grote stad Dakar. Ook al verliep en verloopt mijn verblijf hier niet altijd even vlekkeloos, ik heb heel wat van dit gastgezin geleerd en zal steeds met een positief gevoel op mijn verblijf bij hen terugkijken.

‘Afscheid nemen bestaat niet’ zingt Marco Borsato. Maar ik weet dat het wel bestaat en dat die tijd stilaan gekomen is. Ik weet ook dat het niet eenvoudig zal zijn, maar dat het wel zal lukken. Nog even zal ik hier genieten én heel bewust leven om binnen drie weken, Insjallah, weer terug te keren naar mijn enige echte thuis!

Groetjes en tot weldra,

Caroline

Had je 10 miljoen, wat zou jij dan doen?

March 12, 2008

Een feestje bouwen en je geld opdoen? Ik kocht liters limonade, honderd kilo chocolade om aan iedereen uit te delen…

Iedere leeftijdsgenoot kent waarschijnlijk deze Samsonhit uit de jaren ‘90 nog wel uit het hoofd. Het mag dan misschien spijtig genoeg geen 10 miljoen zijn, de hoeveelheid geld die ik inzamelde voor mijn vertrek mag er best wel wezen! Er was de succesvolle spaghettiezwier in augustus, heel wat gulle gevers die een bijdrage deden én de gemeente Londerzeel die een deel van haar budget voor ontwikkelingssamenwerking heeft vrijgemaakt.

Ik heb doelbewust lang gewacht om het vele geld dat ik vergaard had, effectief te besteden. Mijn verblijf hier zou sowieso te kort geweest zijn om met het ingezamelde geld zelf iets nieuws uit de grond te stampen. Bovendien behoorde dat ook niet tot de doelstellingen van het postgraduaat. Daarnaast was het ook niet mijn eerste keer Afrika en begon ik verre van onvoorbereid aan dit avontuur. Zo wist ik dat eens mensen hier weten dat je geld hebt, ze je op een heel andere manier bekijken en behandelen. Dat heb ik ook nu weer, eens ik ter sprake bracht dat er geld beschikbaar was, zelf ondervonden. Blank zijn staat hier, spijtig genoeg, nog al te vaak synoniem voor rijk zijn. 

Om alle bovenstaande redenen heb ik dus, samen met mijn maatje Tom, mijn oren en ogen goed opengezet de voorbije maanden en de kat wat uit de boom gekeken. We hebben talrijke projecten leren kennen de voorbije periode. Gaandeweg hebben we ze gewikt en gewogen. Regelmatig hebben we gedacht: ‘dit project verdient onze steun!’ Om dan twee weken later te moeten vastellen dat het toch niet ‘kosjer’ was.

Maar knopen zijn er om doorgehakt te worden en ik ben ook niet van plan om hier eeuwig te blijven. Het einde nadert met rasse schreden en het is dus tijd om voor even wilde weldoener te spelen, ook al doe ik dat eigenlijk niet zo graag. Ik weet immers dat de sponsors verwachten dat het geld goed (in Westerse normen) wordt besteed, dat er niets terecht komt waar het niet hoort en dat er liefst van al snel zichtbare resultaten geboekt worden. Maar Senegal blijft Afrika en dat kan je nu eenmaal niet vergelijken met Europa. Het liefst van al, zou ik jullie zwart op wit willen garanderen dat het geld terecht komt bij mensen die het echt nodig hebben. Maar hier, in Senegal, zijn geen zekerheden en dus ben ik daar niet toe in staat. Toch kan ik jullie meedelen dat de ’gelukkigen’ het resultaat zijn van een weloverwogen keuze én dat zowel Tom als ik bij dit alles een goed gevoel hebben.

De tijd ontbreekt mij op dit moment om de projecten uitgebreid te beschrijven. Maar ik beloof dat ik daarvoor thuis tijd zal maken. Ik plan ook een info-avond met foto’s, uitleg over de projecten en het leven hier. Op dat moment zal ik ook proberen alle mogelijke vragen te beantwoorden. Toch vermeld ik nu even heel kort wie hoeveel gekregen heeft en waarvoor ze het willen gebruiken.

- ONG Chaulmoogra (o.a. actief in Sowane) krijgt 1250 euro, waarvan 250 euro gebruikt zal worden voor micro-kredieten (een manier van werken waar ik sterk in geloof) en de rest voor het uitbreiden van de bestaande steencoöperatief.

- Enda Ecopole (de organisatie waarin ik actief ben) krijgt 1050 euro om te besteden aan de bouw van een vormings- en ontmoetingscentrum in samenwerking met Broederlijk Delen in het dorpje Touba Toul.

- Dispensaire (gezondheidscentrum) Saint-Martin krijgt eveneens 1050 euro om de besteden aan de opvang en het herstel van ondervoede kinderen.

Voor ik vertrok heb ik voor 50 euro school- en spelmateriaal gekocht dat ik hier vrijwel dagelijks heb gebruikt en ook zal achterlaten. Verder hebben we met een heel klein deel van het geld ons Senegalese zusje, Mama Fall, getrakteerd op een namiddagje Magic Land (een grote kermis). Momenteel rest er nog een kleine som. Waaraan dat resterende bedrag besteed zal worden, weten we nog niet 100% zeker en blijft dus ook voor jullie nog even een geheim. Zodra we een beslissing hebben genomen, laat ik wel iets weten en ik beloof jullie nogmaals dat uitgebreidere info over de projecten volgt eens ik terug in België ben!

Tot slot wil ik iedereen die op één of andere manier heeft bijgedragen tot het inzamelen van al dit geld nog eens extra bedanken. De mensen hier appreciëren jullie hulp ten zeerste!

De groeten daar vanuit Dakar en tot later,

Caro

FlexibiliTIJD

March 5, 2008

Lang geleden beschreef ik jullie eens een ’normale’ nacht in Dakar. Ik kan jullie meedelen dat ik na 5 maand hier gelukkig iets beter slaap, al word ik nog regelmatig ’s nachts wakker. Toen ik die normale nacht beschreef, heb ik jullie beloofd om ooit eens een ‘normale’ dag in Dakar te beschrijven. Welnu, ik ben tot de vaststelling gekomen dat ik daartoe niet in staat ben. Een normale dag bestaat hier gewoonweg niet. Iedere dag is anders en regelmaat of systematiek kent men hier niet. Kortom, met het begrip tijd wordt hier flexibel omgesprongen!

Het begint al ’s ochtends bij het opstaan. Soms is de douche/toilet/badkamer vrij, soms wordt de ruimte voor een half uur ingepalmd. Afhankelijk daarvan kan ik vroeg of iets later naar de bushalte vertrekken. Wanneer ik daar aankom, moet ik soms 5 min. wachten tot de bus vol is, soms 10 min. De bus vertrekt immers niet op een bepaald uur, maar pas wanneer ze vol is. Afhankelijk van de hoeveelheid fille kiest de buschauffeur een route. De tijd die ik dus doorbreng op de bus varieert van dag tot dag. Als gevolg van dit alles, is ook het uur dat ik aankom op het project variabel. Ook in de schooltjes waar ik les geef, is het al flexibiliteit wat de klok slaat. De ene dag zijn er 20 kindjes, de dag nadien 30. Zelfs het aanvangsuur van onze activiteiten varieert en regelmatig gebeurt het dat er na de ’speeltijd’ minder of meer kindjes komen opdagen dan ervoor.
Op het project zelf draagt men flexibiliteit eveneens hoog in het vaandel. De volgende voorbeelden illustreren dat: Als je moe bent, moet je slapen. Dat kan je doen op een mat op de grond of gewoon met je hoofd op je bureau. Als je dorst of honger hebt, moet je eten en dan kan je gerust even
de stad ingaan om iets te kopen. Als je telefoon krijgt tijdens een vergadering, dan neem je op. Als je geen zin hebt om te werken, dan doe je iets anders (mailen, surfen, chatten, een praatje slaan…). Regelmatig komt er in de burelen wel één of andere verkoper binnenwandelen. Als je dan schoenen wil kopen, dan kies je er een paar uit, je past ze uitvoerig en je koopt ze eventueel. Hetzelfde geldt voor aanstekers, kranten of pindanoten. Dit alles kan gerust tussen het werken door.  Niemand die daar een opmerking over zal geven.
De rit naar het gastgezin ’s avonds verloopt gelijkaardig aan de rit naar het project ’s ochtends. Dit alles geldt uiteraard niet alleen voor mij, maar voor iedereen hier in Senegal. Daardoor varieert ook het uur dat onze gastmoeder thuiskomt. Wanneer we ’s avonds eten wisselt dus wederom van dag tot dag. Soms is dat 20u, soms 21u, soms 22u…
En last but not least is het uur dat ik kan gaan slapen dan wederom afhankelijk van hoe laat ik ’s avonds gegeten heb.

Van Dale definieert ‘flexibel’ als buigzaam, inschikkelijk of zich gemakkelijk aanpassend aan wisselende omstandigheden. Van nature ben ik iemand die zich nogal strikt aan regels houdt en afspraken wil nakomen. Aanvankelijk had ik het dus erg moeilijk met het gebrek aan regelmaat en de ‘overdreven’ invulling van het begrip flexibiliteit. Maar na vijf maanden heb ik er mee leren leven. Meer nog, ik leef er soms zelfs naar. Ik maak me niet druk als ik 30 min. te laat op een afspraak kom. Als ik ’s ochtends niet uit mijn bed kan, dan draai ik me gewoon nog een keertje om. Wanneer ik geen zin heb om aan een rapport te werken, dan doe ik doodleuk iets anders.

Nu het einde van mijn verblijf hier nadert, begin ik zelfs te beseffen dat ik de flexibiliteit net heel hard ga missen in België. Want over een dikke maand MOET ik immers weer meedraaien. Het is in België uit den boze om te laat te komen. De treinen worden verondersteld stipt op hun uur te vertrekken. Afspraken moeten zorgvuldig nageleefd worden en er moet iedere dag gewerkt worden of ik daar nu zin in heb of niet. Toch ben ik ervan overtuigd dat ik snel weer mee zal draaien in dat systeem. Ik ga nu nog even volop genieten van die ‘niets moet, alles mag’ ingesteldheid, maar ben ervan overtuigd dat ik me toch beter thuis zal voelen in ons gereglementeerde Belgenlandje!

Ik rond dit stukje nu af want ik ben voldoende flexibel omgesprongen met het woord ‘werken’ vandaag en ga effectief nog wat aan mijn eindrapport schrijven!

Tot volgende week én vergeet niet: ‘De tijd gaat snel, gebruik hem wel!’

Caro

Drie maal drie is negen, ieder zingt zijn eigen lied.

February 25, 2008

Van maandag tot donderdag geef ik les aan kinderen die geen publieke school kunnen betalen. Lesgeven is eigenlijk een groot woord. Ik hou het liever op entertainen aangezien ik amper Wolof spreek en de kindjes amper Frans. Bovendien heb ik geen pedagogisch diploma en wil ik het beroep van leerkracht geen oneer aandoen. Ik teer op mijn chiro-ervaring en die volstaat ruimschoots.
Ik weet me dus te behelpen én de kindjes laten duidelijk blijken dat ze het leuk vinden. Daar ben ik al heel gelukkig mee. Het is moeilijk om enkel via woorden over te brengen in welke omstandigheden deze kinderen hier les volgen, maar ik doe toch een poging.

Klasjes zijn eigenlijk meer kotjes, wat hout tegen elkaar getimmerd, vermengd met wat stenen en daar met golfplaten een dak op. Het bord is een stuk muur dat zwart geschilderd is. Krijt is dus enkel zichtbaar als je tien keer over één en dezelfde letter gaat. Bordvegers zijn er niet. Sponsjes wel, maar die hangen meestal helemaal uit elkaar.
De bankjes staan scheef, maar doordat het beton van de vloer ook niet altijd even waterpas gegoten is, valt het onevenwicht nog wel mee. Kindjes zitten niet op leeftijd want er is zowel een gebrek aan ruimte als aan leerkrachten. En er is lawaai, heel veel lawaai want er is altijd wel iemand in de sloppenwijk ergens aan het boren, timmeren, wassen (wassen gebeurt hier met de hand en dat klinkt zo: sjip sjip, sjip sjip) of kokerellen.
Over didactisch materiaal beschikt de school amper en hetgeen aanwezig is, wordt meestal niet gebruikt omdat men niet echt weet hoe. Grote meetlatten worden wel gebruikt, maar helaas voor verkeerde doeleinden. De leerkrachten slaan er de stoute kinderen mee (die worden dan imbéciel genoemd) of de kinderen die fouten maken, waardoor de latten regelmatig in twee breken. Discipline is immers iets wat ze hier hoog in het vaandel dragen. Dus houden de leerkrachten de kinderen hier met stok en wortel op het rechte pad. Al heb ik momenteel voornamelijk stokken gezien en blijven de wortels vrijwel dagelijks achterwege. Af en toe weerklinkt wel eens een ‘très bien’  maar dat is dan ook alles.
Nu ja, wortels zijn groenten en groenten zijn duur in Senegal, misschien ligt het daaraan. Ik weet dat kinderen vroeger bij ons ook geslagen werden. Toch blijft het moeilijk om aan te zien en is dat misschien nog wel het meest schrijnende aan dit alles. Inderdaad, de omstandigheden waarin deze kinderen les volgen zijn allesbehalve optimaal. Maar het schoolsysteem en de manier van onderwijzen is er volgens mij erger aan toe.

Zo zijn daar bijvoorbeeld de tafels! Neen, niet de tafels om aan te eten (Senegalezen eten trouwens uit een grote schotel op de grond) maar de maal- en de deeltafels. De belangrijkste leerstof uit het tweede leerjaar, weet je wel. Je moet ze uit het hoofd kennen, ermee kunnen spelen en ze van voor naar achter en van achter naar voor kunnen opzeggen.
Ik heb ze aangeleerd gekregen via het beroemde doosje. Allemaal gekleurde papiertjes met op de voorzijde de vraag (vb. 1x3) en op de achterzijde het antwoord (= 3) en iedere avond oefenen maar!Dat oefenen heeft bij mij en ik veronderstel bij de meesten onder jullie z’n vruchten afgeworpen. Ik ken mijn maal- en mijn deeltafels perfect en vergeet het zinnetje: ‘Al wie deelt door nul is een dikke snul!’ nooit meer.
De kinderen hier gaan er echter totaal anders mee om. Ze begrijpen de logica erachter niet. Ze zien niet in dat 2x3 gelijk is aan twee keer drie bolletjes nemen. Daardoor begrijpen ze niet wat ze uit het hoofd leren. Als je vraagt hoeveel is 5x4 dan hoor je hen luidop denken: 1x4=4, 2x4=8, 3x4=12, 4x4=16, 5x4= 20. Ah 5x4 = 20 zeggen ze dan.
Het beroemde doosje heeft dus nu ook zijn intrede gedaan in Senegal, al lijkt het soms echt wel dweilen met de kraan open. Maar het werkt.
Een ander voorbeeld om te illustreren dat kinderen hier echt niet begrijpen wat ze leren is de manier waarop de letters van het alfabet aangebracht worden. De leerkracht noteert de eerste schooldag op het bord alle klinkers: u i o a e é è ê y en de kindjes moeten dit dan iedere dag na elkaar opzeggen. Als ik om hen eens te testen te letters door elkaar mix, zijn ze allemaal de kluts kwijt en gokken ze erop los. Idem voor de cijfers van 1 tot 10. Naast het tafeldoosje heeft nu ook de bolletjesmethode zijn intrede gedaan. Het cijfer 1 betekent 1 bolletje, het cijfer 2 betekent 2 bolletjes enz.
Dank aan lagere school ‘Ter Elst’ voor de tips, enkele kindjes zijn er effectief mee geholpen!

Nog enkele bedenkingen met betrekking tot het reilen en zeilen in de klasjes:
- Bij gebrek aan papier noteren kindjes uit het eerste leerjaar alles mooi op een ‘ardoise’ (een schrijfbordje) met een krijtje. Een goede oplossing maar volgens mij niet bevordelijk voor hun schrijfvaardigheden. Al moet ik eerlijk toegeven dat kunnen schrijven in hun geval wel het belangrijkste is. Of ze een acht dan schrijven als twee bolletjes boven elkaar of op de correctie wijze, maakt dan niet zo veel uit, zolang het maar leesbaar is, toch?
- Ook het klasgebeuren is doordrongen van het gemeenschapsleven. Alles wordt met elkaar gedeeld (krijtjes, schrijfbordjes, zakjes water, stukken brood én correcte antwoorden). Ongelooflijk hoe vaak correcte antwoorden worden voorgezegd en hoeveel er gespiekt wordt bij de buren. Allemaal heel bevordelijk voor het samenhorigheidsgevoel, maar de kindjes leren er maar weinig mee natuurlijk. Al kunnen wij in België dan wel weer iets leren van hun bereidheid tot samenwerken en het delen van materiaal of voedsel.
- De oudere leerlingen gebruiken wel een schriftje en de eerste bladzijde is telkens voorbehouden voor het nationale volkslied. Dat kent iedere Senegalees dus wel. Misschien kunnen we dat in België overnemen, in deze tijden van groeiend onbegrip tussen Vlamingen en Walen?
- Ik weet dat wij in België nu ook het vak ‘Muzische vorming’ hebben en naar het schijnt worden in deze lessen regelmatig djembé’s gebruikt. Toch denk ik dat de Senegalese kindjes wat betreft gevoel voor ritme en zangtalent de Belgische kindjes mijlenver achter zich laten. Muziek en zang wordt hier dus heel nuttig als hulpmiddel gebruikt om kinderen waarden, normen en regels met betrekking tot veiligheid, hygiëne, gezondheid bij te brengen.

Genoeg voor deze week. Morgen is het hier feestdag (Magal) dus heb ik weer maar eens een dagje verlof. Het grootste deel van de Senegalese moslims trekt dan naar Touba (hun heilige stad) op bedevaart. Op de valreep kan ik jullie wel nog meedelen dat er opnieuw wat foto’s op Flickr staan. Ik geef toe, het was lang geleden, maar jullie geduld wordt dus beloond!

Hou jullie goed en à la prochaine!

Caroline
 

Senegal is meer dan zwarte kindjes met dikke buiken en vliegen rond hun hoofd.

February 19, 2008

Maar ze zijn er natuurlijk wel, de kindjes met dikke buikjes en sterk vertraagde groei als gevolg van ondervoeding. Ik kom er dagelijks mee in contact in de sloppenwijken. Gisteren mocht ik mee naar een tentoonstelling over het PRN-project. Naar aanleiding daarvan heb ik het deze keer over voeding. Enda Ecopole (de organisatie waarin ik actief ben) houdt zich heel sterk bezig met het belang van voldoende en gezonde voeding voor jonge moeders en kinderen van 0 tot 3 jaar. PRN staat voor Programme de Renforcement de la Nutrition. Het PRN-project wijst mensen uit armere wijken ondermeer op het belang van de allereerste moedermelk (le colostrum genaamd). Sommige mensen geloven hier dat deze melk slecht is. Verder leidt het mensen op om maandelijks het gewicht van pasgeboren kinderen op te meten en systematisch bij te houden. Wat betreft gezonde voeding houdt PRN zich bezig met het organiseren van kooksessies in bepaalde sloppenwijken en gespreksnamiddagen rond het belang van vitamienen in groenten.

Intussen ben ik hier iets langer dan vier maanden en heb ik aan den lijve ondervonden dat Senegalezen er noodgedwongen heel andere eetgewoonten op nahouden dan de gemiddelde Belg. Ik heb mezelf vorige week gewogen en ben minstens 4 kilo kwijt. En geloof mij, dit komt niet alleen door wat minder te snoepen! De voedselprijzen zijn de laatste tijd in Senegal erg gestegen en dus kan de bevolking niet anders dan besparen, wat zich uit in voor ons ongewone eetgewoonten.

Enkele voorbeelden van de eetgewoonten hier in Dakar:

- De kinderen op school ontbijten tijdens de ’speeltijd’ en dan eten ze koekjes, stokbrood gevuld met vlees of een waterijsje. Vaak omdat er niets anders aangeboden wordt in de winkeltjes in de wijk en omdat groenten en voornamelijk fruit heel duur zijn.

- ’s Middags eet ik op het project en dat is elke middag heel veel rijst met wat stukjes wortel, een stuk aubergine, stukjes witte kool. Kortom heel weinig groenten en vooral ook heel eenzijdige voeding.

- ’s Avonds eet ik in het gastgezin. Doordat dit gezin tot de middenklasse behoort, krijg ik gelukkig vrijwel dagelijks groenten. Maar aangezien iedereen altijd uitgenodigd wordt om mee te eten en de hoeveelheid onveranderd blijft, is er zo goed als altijd te weinig eten.

Goed dus dat er projecten zijn als PRN waar ook de Senegalese overheid zich in engageert of organisaties zoals 11.11.11. en Vredeseilanden die zich verzetten tegen de import van Europees voedsel en de landbouw hier op allerlei manieren aanmoedigen. De ajuinen die Nederland naar hier exporteert zien er tien keer mooier uit dan de Senegalese ajuinen en ze zijn nog goedkoop ook. Hetzelfde geldt voor de rijst uit Thailand. En dat wij met z’n allen de zee hier komen leegvissen, komt de lokale economie ook niet ten goede. U begrijpt het wel, Senegal heeft nog zo ontzettend veel nodig! Twijfels hebben bij het bestaan van deze ontwikkelingsorganisaties is dus overbodig, dat ben ik door mijn verblijf hier echt wel gaan inzien. En ja, er zal af en toe wel geld op onbedoelde plaatsen terechtkomen of op mysterieuse wijze verdwijnen, maar iets doen is toch nog altijd beter dan niets doen!

Iets heel anders nu. Het is eventjes geleden dat ik een tekstje schreef, maar ik heb de voorbije weken echt niet stilgezeten, integendeel. Ik heb immers weer bezoek gehad. Samen met Tom, Liesbeth, Michaël en Nele heb ik een heel authentiek stukje Senegal leren kennen, genaamd Pays Basari. Dit deel ligt helemaal in het zuid-oosten van het land en grenst aan Guinee. De mensen hier leven nog ver verwijderd van de drukte van Dakar en blijven voorlopig nog heel sterk gevrijwaard van westerse invloeden. Zowel de heen- als de terugreis nam 1 volledige dag in beslag. Enerzijds door de vrij lange afstand en anderzijds door de zeer slechte toestand van de weg (meer putten dan wat anders waardoor de 4x4 meer naast dan op de baan reed). Maar het was echt de moeite! We hebben geslapen in echte hutjes zonder stromend water en elektriciteit. Je kon er ’s avonds naar toilet gaan in open lucht en genieten van een mooie sterrenhemel. En ’s ochtends word je er wakker van het geluid van ezels of vogeltjes en kan je een prachtige zonsopgang aanschouwen. Het heeft een beetje weg van een chirokamp…leven in de volle natuur.

Omdat ik de chaos en drukte van Dakar soms echt even wil ontvluchten, ben ik na Pays Basari samen met Nele nog enkele dagen in Sowane (dat dorpje ergens ten velde) gebleven, alvorens opnieuw af te reizen naar Dakar.

Nu resten er mij nog een zevental weken, Insjallah, dan zit het grote avontuur er op en roept de arbeidsmarkt. Nog even genieten dus maar toch ook al een klein beetje aftellen.

Hou jullie goed en tot de volgende!

Caroline

OnGELOOFlijk

January 21, 2008

Vrijdag was het Tamkharit (nieuwjaar voor de Moslims) en dan eten ze couscous. Buiten het feit dat er vrijdag niet gewerkt werd op het project (behalve door Tom en ik), merkte ikzelf aanvankelijk weinig van Tamkharit. Senegalezen bezoeken dan opnieuw hun familie in de dorpen waardoor het rustig is in Dakar. Rustig voor even, want de hele avond en nacht (tot 4u30) weerklonk de één of andere Imam door de megafoon van de dichtstbijzijnde moskee om iedereen een fijn nieuwjaar te wensen. Ik heb dus amper geslapen die nacht. In ons Belgenlandje krijgt de jongenschiro ieder jaar de politie over de vloer omdat de Klaas TD iets langer duurt dan toegelaten en de zondagsrust wordt door het grootste deel van de bevolking gerespecteerd omdat men anders beboet wordt. Gelukkig was het weekend en kon ik het allemaal vrij snel relativeren. Maar naar aanleiding van de zoveelste religieuze feestdag die ik hier meemaak, wil ik toch even iets kwijt over het geloof in dit land zonder veroordelend over te willen komen.

De meerderheid van de Senegalezen is Moslim, waardoor de hele samenleving doordrongen is van dit geloof. Dat uit zich in heel veel dingen. Vrijdagmiddag 14u zijn alle winkels gesloten want iedereen gaat naar de moskee, vijf keer per dag weerklinkt de oproep tot gebed en het heeft drie maand geduurd vooraleer de oproep om 6u30 ’s ochtends me niet meer wakker maakt. Afspraken worden niet altijd nageleefd omdat ‘god het soms anders wil’. Discipline in het verkeer is niet nodig want een ongeluk wordt steeds veroorzaakt door de wil van god. En dat ik dit tekstje schrijf, is niet mijn persoonlijke keuze maar de wil van god…

Ik lach er misschien een beetje mee, maar tegelijkertijd besef ik echt wel dat het de mensen hier helpt om hun situatie wat te relativeren en draaglijker te maken. Toch denk ik dat Afrika misschien wel verder zou staan, moesten ze hun geloof iets minder op de voorgrond plaatsen. Begrijp dit alles niet verkeerd. Want het komt misschien allemaal wat negatief over. Dat is zeker niet mijn bedoeling. Want door hier te zijn en te leven, is mijn visie over de Islam enkel en alleen in de positieve zin veranderd. Het geloof is nu eenmaal één van de vele cultuurverschillen waarmee ik hier geconfronteerd word en het doet me beseffen dat ik blij ben dat ik in België geboren ben, waarschijnlijk nét doordat ik daar geboren ben.

Gisteren zijn we naar ‘la lutte Senegalaise’ geweest en dat was een hele belevenis. Ook hier krijgt het geloof een centrale rol toebedeeld. La lutte is synoniem voor worstelen en er valt naar het schijnt grof geld mee te verdienen. Het gevecht op zich duurt slechts enkele minuten, maar het muziek- en dansspectakel dat eraan voorafgaat om de verschillende ‘lutteurs’ (stoere, grote en gespierde mannen) voor te stellen aan het publiek en de supporters is knap om te zien. Iedere lutteur brengt ook z’n persoonlijke marabout (geestelijke) mee om hem te ondersteunen en geluk te brengen. Die marabout besprenkelt de lutteurs dan met allerlei drankjes en sapjes en drapeert verschillende gri-gri’s (talismannen) over het hele lichaam.

Intussen tikt de tijd rustig voort en komt er eind deze week opnieuw bezoek… Nele wou enkel nog eens naar Senegal komen als ik haar een stukje Senegal kon laten zien dat haar onbekend was. Wel, ik denk dat ik in mijn opdracht zal slagen. Maar of dat effectief lukt, laat ik jullie nadien (binnen een drietal weken) weten want hier weet je immers nooit (daar komt die god weer om het hoekje piepen). Het zal hier dus weer even stilletjes zijn, maar nadien volgt het hele verslag én hopelijk ook wat nieuwe foto’s!

Tot de volgende keer, Insjallah!

Caro

We hit a donkey

January 9, 2008

Mijn ouders… zoals de meesten onder jullie wel weten zouden ze het scenario voor een soap kunnen vormen, ze zouden misschien zelfs als hoofdpersonages in een boek kunnen fungeren… Iedere lezer zal er wel zijn mening over hebben. Misschien begeef ik me nu op glad ijs, maar toch wil ik een deel van mijn verslagje deze week aan hen wijden. Want het zijn mijn ouders en ik heb ontzettend hard genoten van hun aanwezigheid hier! De traantjes stroomden bij het afscheid drie maanden geleden in Zaventem en ook nu heb ik ze de vrije loop gelaten bij het weerzien en het opnieuw afscheid nemen in Dakar. 

Ik heb geprobeerd hen gedurende een dikke week een stukje Senegal te laten zien. Ze hebben de uitlaatgassen van de hoofdstad Dakar kunnen opsnuiven, kunnen genieten van het prachtige uitzicht op de Corniche, we hebben Goree bezocht (van hieruit werden de zwarte slaven naar de rest van de wereld verscheept), ze hebben gezien in welke omstandigheden ik dagelijks woon in het gastgezin, ik heb hen door de sloppenwijk geloodst, hen laten onderhandelen over de prijs van souveniers als houten beeldjes en stoffen, ze hebben gesproken met de verantwoordelijke van het project hier, ze hebben het lokale openbare vervoer gebruikt (van busjes over taxi’s tot charetten en sept-places), ze hebben echt Senegalees gegeten (met z’n allen aan één grote schotel), ze hebben kunnen aanvoelen hoe irritant verkopers kunnen zijn, ze zijn aangesproken geweest met zinnetjes als: ‘Hey mon ami, je fais bon prix eh. Tu sais combien je fais?’ ‘Viens voir ma boutique!’…

Na enkele dagen Dakar zijn we vertrokken met de sept-place naar Fatick en nadien met de taxi naar Sowane, een dorpje ergens te velde. Hier hebben mijn ouders kunnen kennismaken met het echte typische Senegalese dorpsleven. Mensen halen hier nog water uit putten met emmers en tonnen, bewerken het land met materiaal dat bij ons reeds 50 jaar niet meer in gebruik is en het fenomeen stress is hen onbekend… Kortom een uitgesproken contrast met het hectische leven in Dakar. Na Sowane zijn we richting Mbour en Saly getrokken. Ook hier viel hen weer het grote verschil op tussen het eenvoudige Senegalese leven en het rijke toeristische gedeelte. De kloof tussen arm en rijk is hier echt enorm groot. Oudejaarsavond hebben we opnieuw in Dakar doorgebracht. Senegalezen vieren dit op z’n Afrikaans: al vanaf 23u weerklonk zelf ontstoken vuurwerk (ingevoerd door de Chinezen) op de Place de l’indépendence (het grootste plein van Dakar) en dat ging lustig door tot een uur of 2. Wel vuurwerk dus, maar verre van gestructureerd, ook geen aftellen van 10 tot 1, zelfs geen kussen of beste wensen… Heel gek! Ik moet er wel bij vertellen dat het officiële vuurwerk geannuleerd was wegens het overlijden van één of andere belangrijke Khalief. De laatste dag hebben we genoten van een dagje rust op het eiland Ngor en nadien zijn ze met wat vertraging maar met een onvergetelijke ervaring (en heel wat souveniers) huiswaarts vertrokken.

Voor mij was het een welgekomen weekje vakantie. Ook al moet ik hen nu weer drie maand missen, ik ben echt blij dat ze het hier nu allemaal eens gezien hebben! Bovendien doet het mij ontzettend veel plezier dat ze allebei zichtbaar genoten hebben. Ik kon mij geen beter Kerst- en Nieuwjaarskado wensen!

Maar de titel van dit bericht slaat natuurlijk niet op al het voorgaande. We hit a donkey… (Vertaling voor de oudere garde: we reden een ezel aan). Zoals ik een tijdje terug liet weten, moesten we om in orde te blijven met ons visum even de grens met Gambia over. Als toerist mag je immers slechts drie maand in Senegal blijven. Via officiële (lees zeer bureaucratische, willekeurige, corrupte, op het Afrikaanse ritme) weg, is het vrijwel onmogelijk een verblijfsverlening te regelen. De afstand Dakar-Banjul is ongeveer 300 km. Over hobbelige wegen met zeker in de omgeving van Dakar veel verkeersdrukte is dit dus een niet te onderschatten rit. Volgens onze gastmoeder moesten we vertrekken rond 0u30 ’s nachts. Zij is Senegalese dus hebben we haar maar op haar woord geloofd. Vrijdagnacht 0u30 en weg waren wij…

Een sept-place nemen aan de gare routière ging vlotjes, over de prijs werd vrij snel onderhandeld en we moesten maar een half uurtje wachten vooraleer we met 7 waren om te kunnen vertrekken. Het eerste deel van de rit ging vlot. Ik heb zelfs een beetje kunnen slapen. Nadien reed de chauffeur meer naast dan op de weg (hobbelige en vrijwel onberijdbare wegen) en iets later hoorde ik achtereenvolgens piepende remmen, bonk en IAIAIA… We hadden blijkbaar een ezel aangereden. Of het arme dier de klap overleefd heeft, weet ik niet. Maar ik was in ieder geval serieus geschrokken. Al bij al zijn we toch heelhuids aan de grens met Gambia geraakt. Daar had de douane natuurlijk het vermoeden dat we enkel naar Gambia gingen om ons verblijf in Senegal te kunnen verlengen. Ik heb me dan oerdom gedragen en gedaan alsof ik echt uit de lucht viel en dat werkte! We kregen onze stempel! Nadien moesten we nog met een mini-busje van aan de grens tot aan de boot om zo Banjul (de hoofdstad van Gambia) te bereiken. De chauffeur reed veel te snel en ook deze weg was, weliswaar door wegenwerken, hobbelig en amper berijdbaar. Het overzetten met de boot verliep redelijk vlot. Aangekomen in Banjul moesten we onze CFA’s (Senegalees geld) wisselen voor Dalasi’s. Ook dit was een hectische zoektocht omdat de wisselkoers blijkbaar zeer slecht was, waardoor we ergens in het geheim geld moesten wisselen. Alles bij elkaar was het een heel vermoeiende en hectische dag. Uiteindelijk zijn we rond 12u30 aangekomen in ons hotelletje (tussen Kotu en Kololi) en zowel Tom en ik zijn als een blok in slaap gevallen. We waren echt wel wat van de kaart en hebben dus helemaal niet zo veel van Gambia bezocht.

Enkele dingen wil ik toch nog kwijt in verband met mijn blitsbezoek aan Gambia. Mensen spreken daar Engels, maar na drie maand Senegal vond ik het heel moeilijk om ineens over te schakelen. Ik sprak iedereen aan met ‘Bonjour, ça va?’ in plaats van ‘Hello, how are you?’ en ’Thank you’ verving ik steevast door ‘Merçi beaucoup’. De natuur en vooral de kustlijn van Gambia vind ik wel veel mooier dan het deel dat ik momenteel van Senegal heb gezien. Ik zag zelfs wilde aapjes in de tuin van het hotelletje! Toch had ik heel de tijd het gevoel in een bekende (Gambia verschilt in se niet zo erg veel van Senegal) en tegelijkertijd onbekende (andere taal, andere munteenheid, veel toeristischer) omgeving te vertoeven. De terugreis richting Dakar verliep vlekkeloos en ik was heel blij zodra ik over de grens op vertrouwd terrein was, want na drie maand voelt Senegal toch wel een beetje aan als een thuisland.

Het heeft even geduurd, maar ik heb jullie nu weer wat leesvoer bezorgd. Geniet ervan en het beste voor 2008!

Caroline